Uitsluitingsclausule: houdt die je erfenis écht binnen de familie?

23 August 2026
5
 min leestijd

Er is één zin die notarissen vaker horen dan "wat kost dat?": ik wil niet dat mijn geld bij mijn schoonzoon terechtkomt. Begrijpelijk. Je hebt dertig jaar gespaard, en het idee dat de helft daarvan bij een scheiding de deur uit wandelt is niet bepaald rustgevend.

Het antwoord is dan bijna altijd hetzelfde: een uitsluitingsclausule. Terecht. Alleen leven er rond die clausule twee hardnekkige misverstanden, en ze wijzen precies de verkeerde kant op. Het ene zegt dat je hem sinds 2018 niet meer nodig hebt. Het andere zegt dat je met die ene zin je vermogen voorgoed in de familie hebt vastgezet. Geen van beide klopt.

Even scherp krijgen wat het is: een uitsluitingsclausule is een bepaling in een testament of bij een schenking waarin jij als gever vastlegt dat wat iemand van jou krijgt privé blijft. Het valt niet in een gemeenschap van goederen en hoeft bij een scheiding niet gedeeld te worden. Belangrijk detail dat mensen vaak missen: alleen de gever kan dit regelen. Je kind kan achteraf niet zelf beslissen dat jouw erfenis privévermogen is.

Sinds 2018 is een erfenis al automatisch privé, dus waarom nog een uitsluitingsclausule?

Op 1 januari 2018 veranderde het huwelijksvermogensrecht flink. Sindsdien is de beperkte gemeenschap van goederen de standaard (artikel 1:94 BW). Wat je vóór het huwelijk al had blijft van jou, en erfenissen en giften vallen er van rechtswege buiten. Zonder dat er iets voor geregeld hoeft te worden. Dus voor kinderen die ná 1 januari 2018 zijn getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan: hun erfenis is al privévermogen. Klinkt alsof de clausule daarmee overbodig is geworden.

Alleen: die wettelijke regel is een vangnet, geen slot op de deur. Hij geldt niet voor iedereen, en hij houdt geen stand als het geld eenmaal is opgegaan in de gezamenlijke pot. Daarover verderop meer.

Getrouwd vóór 2018 of huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding

De datum is hier alles. De regeling van 2018 werkt alleen voor huwelijken en partnerschappen die op of ná die dag zijn gesloten. Wie in 2009 trouwde zonder naar de notaris te gaan, zit gewoon nog in de oude algehele gemeenschap van goederen. Daar valt een erfenis wél in, tenzij jij als erflater (degene die de erfenis nalaat) een uitsluitingsclausule hebt opgenomen.

Neem een moeder die haar dochter 80.000 euro nalaat. De dochter is in 2012 getrouwd, zonder huwelijkse voorwaarden. Staat er niets in het testament, dan wordt dat bedrag bij binnenkomst gemeenschappelijk. Scheidt ze vijf jaar later, dan is de helft niet meer van haar. Met één zin in het testament was dat anders gelopen.

En er is een tweede groep die vaak over het hoofd wordt gezien: kinderen mét huwelijkse voorwaarden. Veel van die voorwaarden bevatten een verrekenbeding, een afspraak om inkomen of vermogen periodiek of aan het eind met elkaar te delen. Afhankelijk van hoe dat beding is geformuleerd, kan een erfenis alsnog in de verrekening worden getrokken. Een uitsluitingsclausule is dan precies het tegenwicht dat je nodig hebt. Hoe zo'n beding uitpakt hangt sterk af van de exacte tekst, dus laat een notaris of erfrechtadvocaat er altijd even naar kijken.

Harde of zachte uitsluitingsclausule: er is meer dan één smaak

Nog iets dat zelden ter sprake komt: er bestaat niet één uitsluitingsclausule. De harde of strikte variant houdt het geërfde vermogen onder alle omstandigheden privé. Ook als je kind overlijdt. Dat klinkt logisch, maar het kan fiscaal ongunstig uitpakken: de partner van je kind erft dan een groter privévermogen en betaalt daar mogelijk meer erfbelasting over. De zachte of versoepelde variant beschermt bij een scheiding, maar treedt terug bij overlijden. Dan wordt het vermogen bij het overlijden van je kind alsnog behandeld als gemeenschappelijk, wat fiscaal vaak gunstiger uitvalt. Daartussen bestaan nog een paar tussenvormen.

Welke variant past, hangt af van de gezinssituatie en het vermogen. Er is geen standaardantwoord, en dat is precies het gesprek dat je met een notaris voert.

Wat een uitsluitingsclausule níet doet

Nu het tweede misverstand. Veel ouders denken dat ze met de clausule hun vermogen voorgoed in de eigen familielijn hebben verankerd, zodat het uiteindelijk bij de kleinkinderen belandt. Dat doet hij niet.

Overlijdt je kind vóór zijn of haar partner en heeft je kind zelf geen testament, dan geldt de wettelijke verdeling. De partner krijgt alle bezittingen, de kleinkinderen krijgen een vordering die pas opeisbaar is als ook die partner overlijdt. Het geld kan dus langs die route alsnog bij je schoonkind terechtkomen. Wil je verder vooruit sturen, dan heb je iets anders nodig, bijvoorbeeld een tweetrapsmaking: een testamentvorm waarin je vastlegt wie er na je kind aan de beurt is. Nog een grens: de clausule beschermt je erfenis tegen de schuldeisers van de partner, niet tegen schulden van je eigen kind.

Deze clausule in het Erffie- testament

In het Erffie-testament zit de uitsluitingsclausule er standaard in. Geen dure extra optie, geen vinkje dat je makkelijk over het hoofd ziet. Dat is een bewuste keuze, en hij volgt rechtstreeks uit het islamitisch erfrecht. Die wijst namelijk zelf aan wie erfgenaam is: een afgebakende kring van bloedverwanten plus de eigen echtgenoot van de overledene. De partner van je kind valt daar niet in. Zou jouw nalatenschap via een gemeenschap van goederen alsnog deels bij je schoonzoon of schoondochter belanden, dan komt de feitelijke verdeling niet meer overeen met wat de Islam voorschrijft. De uitsluitingsclausule houdt die twee op één lijn.

Deel deze post
Gekopieerd!

Gerelateerde artikelen

Klaar om jouw testament te regelen?

Erffie helpt je om jouw nalatenschap eerlijk en volgens het islamitische recht vast te leggen. Digitaal, eenvoudig en met begeleiding van erkende notarissen.